|
De historie van Gouda.
Ruim zevenhonderd jaar geleden, om precies te zijn
in 1272, kreeg Gouda – ontstaan op de plaats waar de
Gouwe en de IJssel samenvloeiden – stadsrechten uit
handen van graaf Floris V. Wie vandaag de dag het
Goudse stadsbeeld op zich laat inwerken, is het
wellicht moeilijk afbeelding voorstelbaar dat Gouda
ooit de zesde stad van Holland was; derhalve in
vroeger tijden belangrijker dan Amsterdam of
Rotterdam. De ligging op het snijpunt van land- en
vaarwegen bracht Gouda al heel vroeg een grote
welvaart.
Aan Gouda’s belangrijkste monumenten – het stadhuis,
de Waag, de St. Jan en het museum ‘Het Catharina
Gasthuis’, is het nu nog af te lezen dat de
Gouwenaars hun welvaart ook graag naar buiten toe
lieten zien. |
 |
|
Het Goudse
stadhuis, het enige vrijstaande laatgotische
stadhuis van geheel Nederland, werd in 1448 gebouwd
en vormt het beginpunt van de virtuele wandeling
door de binnenstad. Reeds in 1517 werd het stadhuis
verbouwd, waarna tussen 1692 en 1695 wederom een
verbouwing volgde. Daarbij werden Italiaanse en
Franse Lodewijk- XIV - stijlkenmerken aan het
stadhuis toegevoegd, omdat die toen nog in de ‘mode’
waren. Op het schavot aan de Waagzijde van het
stadhuis werden vroeger misdadigers terechtgesteld.
Tussen 1947 en 1952 werd het stadhuis wegens
bouwvalligheid ingrijpend gerestaureerd. De laatste
restauratie vond plaats in 1997.
Wie tijd heeft kan een rondleiding door het stadhuis
maken, waarbij een gemeentebode tekst en
uitleg geeft. Vooral de trouwzaal, met een prachtig
gobelin van Jacobus Ruffelaer, is zeer de moeite
waard om te aanschouwen. Het ‘poppenspel’, aan de
zijgevel van het stadhuis, is een moderne toevoeging
en brengt het verlenen van de stadsrechten door
Floris V in beeld. Voor de liefhebbers van het
carillon is het interessant te weten dat de klank
van dit muziekinstrument elk kwartier ten gehore
wordt gebracht. |
 |
|
Onmiddellijk in het
verlengde van het stadhuis ligt de stoere en
imposante Waag, een gebouw dat is ontworpen door de
afbeelding bekende architect Pieter Post,
van wiens hand ook de Waag in Leiden is. Zoals de
naam Waag (afgeleid van ‘wegen’) al aanduidt, werd
oudtijds in dit gebouw gewogen, voornamelijk kaas,
hetgeen blijkt uit het fraaie reliëf boven de
hoofdingang.
Het kalkstenen tableau is
van de hand van beeldhouwer Bartholomëus Eggers.
In het timpaan, de driehoek boven de daklijst,
bevindt zich het Goudse stadswapen. Ter weerszijden
van de ramen op de eerste verdieping zijn de
familiewapens afgebeeld van de vier (!)
burgemeesters, die gezamenlijk in het bouwjaar
(1668) Gouda bestuurden. Op de eerste verdieping
bevinden zich, aan de zware balken bevestigd, nog
steeds de antieke weegwerktuigen.Tijdens het
toeristenseizoen juni-september kent Gouda elke
donderdagmorgen een toeristische kaasmarkt, waarbij
oude kaasbrikken de platte ronde Goudse boerenkazen
van de omliggende boerderijen uit de Krimpenerwaard
naar Gouda aanvoeren.
Foto- en
filmhobbyisten kunnen hier fraaie opnamen maken. Een
janplezier maakt rondritten. |
 |
|
Achter het
Waaggebouw ligt de Agnietenkapel (anno 1480).
De kapel behoorde eens tot het St. Agnesklooster,
dat in de 15e eeuw in deze buurt, in het
stadshart, stond. Het Agnietenconvent werd bevolkt
door een groep vrome zusters, die zich met het
verrichten van goede werken bezig hielden.
Aan de linkergevel bevindt zich
een borstbeeld van de grote humanist Desiderius
Erasmus (1469/1536), die van z'n derde tot z'n
negenentwintigste jaar in 't Goudse
woonde en werkte.
De route van de stadswandeling voert nu van de
Agnietenkapel aan de Nieuwe Markt, via de rechts
gelegen Zeugstraat, de Tiendeweg dwars overstekend,
naar de in het verlengde gelegen Jeruzalemstraat. |
|
 |
|
Links in een
plantsoentje ligt het Joodse Poortje.
Het is een monument ter nagedachtenis van de joodse
Gouwenaars die in de Tweede Wereldoorlog werden
weggevoerd. |
|
 |
|
Daarna volgt al
snel de twaalfhoekige Jeruzalemkapel (ca.1500).
|
Het Weeshuis
|
|
 |
|

Het Weeshuisplein |
|
|
|
In dit prachtige
monument uit 1642 was ooit het Weeshuis gevestigd.
Loop vooral eens het poortje binnen en geniet van de
oase van stilte en rust.
Het Weeshuis biedt thans onderdak aan de Openbare
Bibliotheek |
Terugkerend naar de
Spieringstraat ligt rechts het Willem Vroesenplein,
gedomineerd door het wit gepleisterde Vroesenhuis dat in
1551 gesticht werd als behuizing voor oude mannen.
De ommuurde tuin aan de overzijde hoorde vroeger bij het
huis.

Het Lazaruspoortje |
|
Wie oversteekt naar
de St.-Janskerk passeert aan de linkerkant het
Lazaruspoortje (foto), anno 1609. Het is ontworpen
door de beeldhouwer Gregorius Cool en brengt
in beeld de bijbelse gelijkenis van de arme Lazarus
en de rijke man, van wiens tafel Lazarus de
kruimels at.
Het stond
aanvankelijk op een andere plaats (aan het
Nonnenwater) en vormde de ingang van de soepkeuken
waar vroeger aan de armen soep werd uitgedeeld.
Het werd afgebroken, doch vervolgens weer steen voor
steen opgebouwd. |
|
De Grote of
St.-Janskerk is met 123 meter het langste
kerkgebouw van Nederland. Het geheel dateert uit
1552.
De 70 prachtig gebrandschilderde ramen, voor een
belangrijk deel vervaardigd door de vermaarde
gebroeders Wouter en Dirck Crabeth, zijn
wereldberoemd door hun fraaie kleuren. De
St.-Janskerk, gerestaureerd tussen 1964 en 1980, is
een goed voorbeeld van eenvoudige boerengotiek.
De St. Janskerk is het bezichtigen meer dan waard.
(Voor inlichtingen: kosterij St. Janskerk, Achter de
Kerk nr. 15). |
|

De St.-Janskerk |
|
 |
|
Vanaf de straat die
“Achter de Kerk” heet, krijgt men een fraai
beeld van de St.-Janstoren.
In de toren hangt een aangenaam klinkend carillon,
ook wel beiaard genoemd,
waarvan de klokken gegoten zijn door de
vermaarde Hemony-familie (1676).
In feite vormt de huidige St. Janskerk de vierde
versie van deze
kerk, aangezien stadsbranden in de jaren 1361, 1438
en 1552 de
voorgaande drie godshuizen verwoestten. |
 |
|
Donkere sluis |
Uit de Torenstraat
komende is het slechts enkele passen rechtdoor waar,
aan de linkerkant, de Hoornbrug met de Donkere Sluis
ligt. De brug overspant een van Gouda’s mooiste
stadsgrachten tussen de Hoge- en Lage Gouwe en de
Oost- en Westhaven. Deze gracht vormt de verbinding
met de IJssel en de Gouwe en was in de Middeleeuwen
een belangrijke scheepvaartader. |
Wandelend over de
Westhaven ziet men aan de overkant al snel twee gaaf
gerestaureerde monumenten,
samen vormend het huidige stedelijk museum, genaamd ‘Het
Catharina Gasthuis’, dat in de 14e eeuw bekend
was als het stadsziekenhuis. Het museum biedt een collectie
prachtige schilderijen, zilver en kerkelijke kunst.(9)

Het stedelijk museum
‘Het Catharina Gasthuis’ (9) |
|
Museum
‘De Moriaan’ (10) |
|
In het pand
Westhaven nr. 29 is een dependance van het stedelijk
museum gevestigd, met de naam ‘De Moriaan’. Achter
de gevel van wat eens een tabaks-, koffie- en
theewinkel was, gaat thans het Goudse pijpen-,
tegel- en aardewerk schuil. Het pand werd in
1617 in renaissancestijl gebouwd en is een van
Gouda’s eerste stenen huizen.
Het herbergt thans een kostbare collectie blauwwitte
en veelkleurige tegels en tableaus, van over de
gehele wereld afkomstige pijpen en verder antiek
aardewerk. Allemaal producten waaraan Gouda door de
eeuwen heen zijn naam en faam te danken heeft. Wie
vanuit ‘De Moriaan’ een blik laat dwalen over de
gracht, kan zich wellicht voorstellen dat Gouda van
oudsher een echte ‘waterstad’ is. In vroeger tijden,
toen landwegen niet of nauwelijks bestonden en het
assortiment transportmiddelen zeer beperkt was, vond
de aan- en afvoer van goederen dan ook vrijwel
geheel plaats over het water. |
 |
|
Gouda was gelegen
op de plaats waar Gouwe en IJssel samenvloeiden en
wel op een uiterst gunstige lokatie omdat van elk
passerend schip tol werd geheven, waardoor bij het
stadsbestuur veel geld binnenkwam.
De stad kwam mede hierdoor tot grote groei en bloei.
Zelfs toen
havensteden als Rotterdam en Amsterdam opkwamen,
behield Gouda nog lange tijd die sleutelpositie,
omdat de waterweg tussen beide steden via
Gouda liep. Daarna kwamen evenwel nieuwe
scheepsroutes in gebruik, waardoor het belang van
Gouda afnam.
Zelfs toen havensteden als; Rotterdam en Amsterdam
opkwamen, behield Gouda nog lange tijd die
sleutelpositie, omdat de waterverbinding tussen die
twee havens via Gouda liep. Daarna kwamen nieuwe
scheepvaartroutes in gebruik en nam het belang van
Gouda af. |
Lange tijd teerde Gouda op
zijn roem als stad van bierbrouwerijen, lakennijverheid,
pijpmakerijen, steenbakkerijen (langs de IJssel) en
aardewerkfabricage.
 |
|
De opkomst van de
Zuidelijke Nederlanden (later: België) bracht de
nodige concurrentie met zich mee voor de
Goudse lakenindustrie. En zelfs de pijpmakerijen,
opgericht door uit Engeland afkomstige soldaten,
gingen een kwijnend bestaan lijden.
Aan het begin van
het industriële tijdperk was Gouda inmiddels
straatarm geworden. Als gevolg hiervan werd het
woord ‘Gouwenaar’, in plaats van bedelaar, maar al
te vaak als scheldwoord gebruikt. |
|
|
Maar de nieuwe tijd
bracht Gouda weer werk en voorspoed, waarbij de
vestiging van bedrijven als de Goudse kaarsenfabriek
‘Gouda-Apollo’ en de Goudse Machinale
Garen-spinnerij een belangrijke rol speelde.
‘Gouda-Apollo’ later
Unichema Chemie B.V. heet heden ten dage
Uniqema', maar vervaardigt – naast moderne
oleo-chemische produkten – nog steeds de alom
bekende Goudse stearinekaarsen in de donkerblauwe
pakjes.
En al zijn er
inmiddels, ter wille van het moderne verkeer, heel
wat grachtjes gedempt, het middeleeuwse stratenplan
én de historische gebouwen verlenen de stad nog
steeds een aparte sfeer en maken Gouda tot een
gezellige stad waar het goed toeven is.
|

Het oude Tolhuis (11) |
|
Aan het einde van
de Oost- en Westhaven staat links van de Veerstal
het oude Tolhuis,waarin voorheen de tolgaarder
woonde. Hier voeren de schepen, vanuit Rotterdam
komend, langs de nog steeds aanwezige sluisdeuren de
stad binnen.
Het kleine met een leien dak bedekte pandje dat
aan de voorzijde aan het Tolhuis
is vastgebouwd, is de voormalige
sluiswachterswoning.
Het Tolhuis is voorzien van twee rijkgesneden
gevelstenen (anno 1623).
Langs dit Tolhuis
zijn in de loop der eeuwen talloze schepen gevaren.
Aan boord bevonden zich niet alleen schippers en
vrachten, doch ook illustere
opvarenden. |
Gouda heeft beroemde
inwoners binnen zijn poorten gekend, zoals de
humanist Erasmus, de wijsgeer Coornhert, de geniale
glasschilders Wouter en Dirck Crabeth, gravin Jacoba
van Beieren, de arts Bleuland, de fameuze
boekdrukker Gerard Leeu en de onverschrokken
ontdekkingsreizigers, de gebroeders Houtman.
Van allen zijn thans nog gevelstenen en/of
standbeelden te vinden.
|
|
|

Molen 't Slot. (12) |
|
Komend van de Haven
staat links, op enkele tientallen meters
afstand , de prachtig gerestaureerde molen ’t Slot
(anno 1831) met bijbehorend molenaarshuisje.
De molennaam herinnert aan het kasteel ’t Slot dat
ooit op deze plaats aan de IJssel stond en
toebehoorde aan Jacoba van Beieren. De laatste
restanten van het kasteel werden in de zestiende
eeuw gesloopt. Van het puin werd een heuvel
opgeworpen, die de fundering van de molen vormt.
Uitziend over de IJssel kan men wellicht geloof
hechten aan de overgeleverde verhalen volgens welke
er een geheimzinnige onderaardse gang moet hebben
bestaan die aan de bewoners van het nu verdwenen
kasteel van Jacoba van Beieren een
vluchtmogelijkheid bood. Deze gang onder de IJssel
zou uitkomen in Gouderak/Stolwijk, aan de overzijde
van de rivier. |
|
Een
wichelroedeloopster heeft, kort voor de Tweede
Wereldoorlog ter plaatse onderzoekingen verricht en
de gang ‘aangewezen’…. Toen men ter plaatse ging
graven, vond men wel een ingang. Maar deze gang was,
na zich enkele tientallen meters onder het wegdek
van de Nieuwe Veerstal te hebben voortgezet,
ingestort. Het mysterie is dus gebleven. |
Langs de Veerstal verder
naar rechts lopend, voert de stadswandeling naar de
Mallegatsluis.
Een malle-gat is een soort vaarwater waar een schip wel in,
maar (zonder hulp) niet uit kan varen.
Op deze plaats bestond in vroeger tijden een speciale
verbinding tussen de IJssel en de stadsgracht rond Gouda.
Via deze korte route was het eveneens mogelijk naar de Gouwe
te varen.
Maar dit voorrecht was uitsluitend voorbehouden aan
oorlogsschepen.
Handelsvaarders moesten dwars door de stad vanwege het
tolgeld en de klandizie voor de winkeliers in het centrum.

De Mallegatsluis |
|
De foto, gemaakt
door dhr. A. Vuijk laat zien hoe het hijswerk
van de Mallegatsluis
fungeert als een artistieke omlijsting van de
Turfsingel, die het westelijk
deel van de Goudse binnenstad omsluit.
Rechts staan enkele interessante pakhuizen met
monumentale gevels en daarnaast staat de molen ‘De
Rode Leeuw’. Net als bij andere Hollandse steden
werden molens
in vroeger tijden aan de buitenkant van de
stadsbebouwing opgesteld met het doel zoveel
mogelijk wind op te vangen. Van het ooit zo rijke
Goudse molenbezit zijn er heden ten dage nog slechts
twee over: ’t Slot en de Rode Leeuw. |
De stadswandeling voert nu
van de Veerstal naar de Peperstraat, een smal straatje dat
begint bij de winkel van scheepstuigerij Endenburg.
De benaming ‘Peperstraat’ herinnert aan het tijdperk dat ook
de koloniale waren per schip werden aangevoerd.
In de Peperstraat staan nog veel oude pakhuizen, waarvan
sommige ook nu nog voor opslagdoeleinden worden gebruikt.
Fraaie pakhuizen zijn het onderkomen van wijnkoperij Van de
Velde & Halewijn (Peperstraat nr. 34) en het gebouw op
Peperstraat nr. 1.
Laatstgenoemd pand is thans ingericht als bierlokaal, waar
men tientallen soorten bier kan proeven. Samen met de
daarachter gelegen Keizerstraat en Raam vormt de Peperstraat
het alleroudste deel van Gouda.
De Peperstraat komt uit op de Hoge Gouwe. Samen met de daar
tegenover gelegen
Lage Gouwe vormt deze een van Gouda’s aardigste
stadsgrachten.
|
|

Visbank en Korenbeurs |
|
Aan de kaden van de
Gouwe liggen twee kleine maar boeiende bouwwerken,
namelijk twee zuilengalerijen die herinneren aan de
tijd
dat op en aan het water handel werd gedreven.
De galerij aan de kant van de Hoge Gouwe heette
oudtijds ‘De Korenbeurs’ en diende
als onderkomen voor de korenhandelaars.
Daarna werd het gebouwtje gebruikt voor groenten- en
fruitkooplieden
en later nog als overdekte bloemenmarkt.
Aan de overkant ligt aan de Lage Gouwe de galerij
die de naam
‘Visbank’ draagt.
Ooit boden hier
vissers hun vangst aan die ze ter plekke
schoonmaakten; de hardstenen bak in de galerij
herinnert hier nog aan.
Aan het pand Hoge Gouwe nr. 47 is in het verre
verleden een gevelsteen aangebracht met de
afbeelding van een hazewindhond.
In deze steen werd het familiewapen gemetseld van
de beroemde arts Jan Bleuland, die in 1756 in dit
pand werd geboren. |
|
 |
|
Al verder wandelend
langs de Hoge Gouwe ligt aan de linkerkant een
imposant neogotisch uit rood baksteen opgetrokken
kerkgebouw: de Gouwekerk.
Het godshuis is een schepping van
rijksbouwmeester P.J.H. Cuypers, die ook het
Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam
ontwierp. Door ontvolking van de binnenstad kwam het
toentertijd rooms-katholieke kerkgebouw leeg te
staan. Thans is de Gouwekerk, rechts op de foto,
eigendom van het kerkgenootschap van de
Pinkstergemeente van Johan Maasbach c.s. De kerk
werd niet lang geleden nog gerestaureerd. |

Joostkapel en Gouwekerk |
|
Op de hoek van de
Lage Gouwe / Lange Groenendaal staat links op de
foto de St. Joostkapel, die dateert van vóór
1310.
Het kerkje is ingrijpend opgeknapt, het heeft een
charmant interieur en een mooi kerkorgel. De kapel
is thans in gebruik bij de Lutherse gemeente van
Gouda.
Rechts op de foto de Gouwekerk. |
|

Oud-katholieke Kerk |
|
Op nr.107 van de
Hoge Gouwe bevindt zich de weinig opvallende ingang
tot wat in feite een uiterst zeldzame Hollandse
schuilkerk is (foto). Het gaat hier om de kerk van
de oud-katholieke parochie van St. Jan Baptist.
Tijdens de beeldenstorm van 1572 maakte de
rooms-katholieke godsdienst plaats voor de
Nederlands-hervormde eredienst. Die ommekeer
betekende niet dat alle rooms-katholieken zich
metterdaad bekeerden. Grote groepen hielden
verborgen kerkdiensten en stichtten voor dat doel
schuilkerkjes, verstopt achter onschuldig lijkende
huisgevels.
Na veel verwikkelingen kwam de unieke Goudse
schuilkerk in het bezit van de oud-katholieke kerk
en is dat heden ten dage nog steeds.Tijdens een
verbouwing in de vorige eeuw kwam de huidige
witgepleisterde gevelrij tot stand. Ook het in feite
oudere kerkinterieur draagt de stijlkenmerken van
de 19e eeuw. Het loont zeker de moeite om
dit interieur te bezichtigen. St. Jan Baptist mag
zich verheugen op een prachtig altaarstuk, Verzijls
‘Aanbidding der Wijzen’.
Voorts bezit de kerk een magnifieke collectie
uiterst waardevol kerkzilver, dat evenwel
grotendeels - in bruikleen - ter beschikking is
gesteld aan het stedelijk museum ‘Het Catharina
Gasthuis’. Het zilver wordt aldaar
tentoongesteld. |
|

Het Steenhouwers Gildenhuis |
|
Tegenover de
Oud-katholieke kerk ligt de St. Joostbrug en de
Lange Groenendaal, aan het einde waarvan links de
Naaierstraat zich bevindt. Op nr. 6 van deze straat
staat een van Gouda’s oudste stenen huizen,
namelijk het Steenhouwers Gildenhuis – zo genoemd
naar het markante beeldhouwwerk in de gevel, dat een
steenhouwer aan het werk voorstelt. Hier verkoopt
men oude prenten en antiek gebruiksaardewerk
|
De wandeling door de
Naaierstraat vervolgend, komt men aan de Turfmarkt (een
gezellig grachtje) en daarna in de Vrouwensteeg.
 |
|
Halverwege deze
Vrouwensteeg bevindt zich een poort, die vroeger
toegang verschafte
tot de Fondatie van Adriaan Jongkind, notaris en
procureur te Gouda (anno 1702).
‘Deze’ Fondatie
bevond zich vroeger aan de Zeugstraat nr.
10 doch is wegens nieuwbouwplannen naar de
Vrouwensteeg verhuisd. |
Onze Lieve Vrouwentoren |
|
Aan het einde
van dit steegje staat een eenzame toren, de Onze
Lieve-Vrouwentoren (foto),
ooit deel uitmakend van een oud kloostercomplex.
De bijbehorende kerk werd aan het eind van de 16e
eeuw afgebroken, doch de toren bleef gelukkig
gespaard.
|
Het Hofje van Cincq
Linksaf komt men op de
Nieuwe Haven, waar aan de overzijde op nr. 41 een
aardig hofje ligt (foto).
Vroeger was dit een gebouw waar arme vrouwen een
onderkomen vonden.
Een weldoener met de naam Cornelis Cincq, die
advocaat was aan het Hof van Holland,
liet na zijn dood in 1698 zijn vermogen na, dat voor
dit doel werd aangewend.
|
|
|

Het Hofje van Letmaet |
|
Op Nieuwe
Haven nr. 274 treft men het ‘Letmaet’-hofje
aan dat in 1616 werd gebouwd ter
nagedachtenis van Christina Ghysberts,
weduwe van mr. Floris Letmaet. Het fraaie
toegangspoortje werd in 1625 gebouwd en is
van de hand van stadsbeeldhouwer Gregorius
Cool.
Het lage gebouwtje aan de Nieuwe Haven-zijde
was het zogeheten ‘poortgebouw’. Inmiddels
werd dit in 1974 gerestaureerd.Via het
poortje kwam men voorheen op een
binnenpleintje, waarlangs een aantal huisjes
stonden die wegens bouwvalligheid zijn
gesloopt. Van het eens zo rijke hofjesbezit
in Gouda zijn nog slechts op enkele plaatsen
restanten aan te treffen. Op de Nieuwe Haven
is op nr. 130 een gevelsteen te zien die
behoorde tot de ‘fundatie van Maria
Tams’(anno 1657).
De ongetrouwde mejoffer Tams liet bij haar
dood 7000 gulden na, bestemd voor de aankoop
en onderhoud van zes huisjes als behuizing
voor arme mensen. Aan de Groeneweg, aan de
andere kant van de binnenstad, staat het in
redelijk authentieke staat verkerende
Swanenburghs Hofje (anno 1692). Het zijn
twaalf huisjes, gegroepeerd rond een tuin. |
|
De stadswandeling is nu
gevorderd tot de Nieuwe Haven. Hierachter loopt, als
stadsgracht, de Kattensingel. De straat aan de stadszijde
van deze gracht heet Regentesseplantsoen en de straat aan de
overzijde, dus buiten de oude stad, is de
Kattensingel. Het vereist een wandeling van nauwelijks vijf
minuten om deze
Kattensingel via de Kleiwegbrug te bereiken. De
bebouwing langs de Kattensingel dateert grotendeels uit de
vorige eeuw toen de bevolking toenam en daarmee de behoefte
aan woonruimte.
Aan de Boelekade vindt men
de 'Goudse Schouwburg';
een modern
gebouw dat in 1992 in gebruik is genomen.
Voorheen bezat Gouda ook al een schouwburg.
Deze stond op de plaats waar thans het parkeerterrein van
het huidige theater ligt.
De schouwburg heeft een grote zaal met 798 plaatsen en een
kleine zaal met ruimte voor 220 bezoekers.
Daarnaast beschikt het over een klein theatercafé en een
aantal foyers.
Per jaar worden er ruim 300 voorstellingen gegeven.

De Goudse Schouwburg |
|
De Goudse
Schouwburg is een modern en goed geoutilleerd
theater en heeft een opmerkelijk architectonische
vorm.
Wie voor de schouwburg staat, kan in het gebouw een
‘gezicht’ herkennen. Twee grote glazen ogen aan
weerszijden van het glazen dak van de centrale foyer
houden de ‘blik’ gericht op het hart van de
binnenstad.
Het daglicht stroomt volop naar binnen in de foyers,
de wandelgangen en het theatercafé.
|
Een groot lichtkunstwerk
van de kunstenares Margot Zandstra accentueert de ruim 24
meter hoge toneeltoren. Een aantal Licht-buizen stralen een
dezelfde kleur uit, maar bij andere buizen lopen
diverse kleuren steeds in elkaar over.
’s Avonds, bij duisternis, is dit magische lichtspel in de
wijde omgeving te zien.

Het Station van Gouda |
|
Op een steenworp
afstand van de schouwburg ligt het station van
Gouda.
De foto toont het stationsgebouw in de huidige vorm.
Dit is het derde station dat op deze plaats is
neergezet.
De hoofdingang bevindt zich aan het Stationsplein,
terwijl er aan de kant van de wijk Bloemendaal – een
van Gouda’s grootste nieuwbouwwijken – nog een
tweede ingang is. Het eerste station werd verwoest
als gevolg van een bombardement in de jaren
1940-1945, waarna het tweede werd herbouwd onder
supervisie van ir. S. van Ravensteyn.
Afgaande op de bestaande nieuwbouwplannen ligt het
voor de hand dat op de huidige plaats de bouw van
een vierde exemplaar kan worden verwacht.
|
Wie Gouda op een
andere manier wil leren kennen, kan zich vervoegen
bij het VVV-kantoor aan de Markt. Hier heeft men een
keur aan gedrukte informatie beschikbaar. Verder
zijn er nog voorradig routebeschrijvingen van
stadswandelingen langs diverse bekende monumenten
van Gouda.
|
|